Archief > Advies kadernota aan gemeente Leiden

 

 
             
 

Archief

 

Ongevraagd Advies Kadernota Bereikbaarheid

20 februari 2009

Gemeente Leiden


Geacht college,

De ROVH heeft met belangstelling kennis genomen van de Kadernota Bereikbaarheid en maakt graag gebruik van de mogelijkheid om een ongevraagd advies uit te brengen over deze Kadernota, nu deze nota voor inspraak is vrijgegeven.

Algemene opmerkingen

Het moge duidelijk zijn, dat de ROVH zich gelet op haar doelstellingen (bevorderen en adviseren van een adequaat openbaar vervoer in de regio Holland Rijnland), zich beperkt tot opmerkingen en suggesties terzake het openbaar vervoer en hierbij aanpalende gebieden.

De nota schenkt goede aandacht aan alle weggebruikers, behalve aan de voetganger. Juist in het middeleeuwse en grote centrum van de stad Leiden, is bereikbaarheid en toegankelijkheid van de openbare ruimte voor de voetganger ook zeer belangrijk.
Met de voetganger bedoelen wij ook de kwetsbare voetganger. Juist in een grote stad met een verspreid winkelarsenaal is het van belang een goede relatie te leggen tussen de (kwetsbare)voetganger en goed openbaar vervoer. Wij verzoeken u, met de opstelling van de definitieve nota, de voetganger een meer prominente plaats te geven. In het GVVP 2006 werd juist veel aandacht geschonken aan voetgangers en dat deed ons deugd!

Voor wat betreft de aandacht voor voetgangers, brengen wij de navolgende punten in:
Het toegankelijker maken van de bushaltes in de stad Leiden. Leiden is als wegbeheerder hier door de provincie op aangesproken en heeft of kan daartoe ook gebruik maken van de provinciale subsidie. Het argument dat gewacht wordt op de realisatie van de RGL-oost, vindt de ROVH deels onterecht.
Immers, die haltes, die niet binnen het tracé van de RGL vallen, kunnen in overwegende mate reeds nu aangepast worden.

De ROVH is uiteraard niet tegen een onderzoek naar de wenselijkheid van al of geen bussen meer in de Breestraat. Gelet op de grootte van de binnenstad en gelet op de leeftijdsopbouw van de OV-gebruiker, is de ROVH reeds op voorhand tegen een geheel vervallen van een bus door de Breestraat. Dit zou leiden tot onvoldoende spreiding van de toegankelijke haltes over de binnenstad.

De toekomstige combihaltes t.b.v. de RGL dienen voor de (kwetsbare)voetganger optimaal bereikbaar, bruikbaar en toegankelijk te zijn. Ook dit aspect zou in de kadernota een plaats dienen te krijgen.

In de conceptnota wordt al gerefereerd naar de OV-visie van Holland Rijnland. De ROVH vindt dit ongewenst. Ook de OV-visie is nog slechts een concept en diverse organisaties binnen en buiten Leiden hebben of gaan nog de dialoog aan over deze visie. Ook de ROVH heeft bedenkingen over diverse aspecten in deze nota. Met name het OV op niveau 3 en 4 is nog volstrekt onvoldoende doordacht.

Wij benoemen hieronder enige aspecten, die voor de ROVH aan de orde dienen te zijn of moeten worden:

  • Hoewel de ROVH uiteraard veel begrip heeft voor het plan om het OV in het algemeen te bevorderen en promoten, is de (gedeeltelijke)afbouw van de zogenaamde dunne buslijnen niet acceptabel voor de ROVH. Openbaar vervoer dient in het algemeen ook een sociale functie en de gemeente leiden gaat hier aan voorbij.
  • De gedachte omlegging van lijn 206 via Morsweg en Chuchilllaan is onbegrijpelijk en onrealistisch. Een van de meest succesvolle lijnen van onze concessie is lijn 206 naar Zoetermeer. Indien de gemeente dit voorstel blijft aanhangen, wordt deze lijn gedegradeerd tot een ongewenste lijn tussen Leiden/Zoetermeer.
  • Een hoge frequentie met een wat lager rijsnelheid prefereren wij boven een lage frequentie met hogere rijsnelheid. Dit voorkomt wachttijd bij aansluitingen en versterkt zo de keten.

Zie ook het advies van de ROVH hierover.

De conceptnota geeft de mogelijkheid, een ruimer gebruik te gaan maken van vraagafhankelijk vervoer, waaronder o.a. de regiotaxi.
De ROVH ziet hier vooralsnog grote problemen van komen. In overleg met Holland Rijnland dient eerst de kwaliteit van de regiotaxi sterk verbeterd te worden, alvorens dit als een mogelijk alternatief te gaan benoemen. Een combinatie met het busjessysteem van Stadsparkeerplan zou onderzocht moeten worden.

Leiden ligt v.w.b het hoofdspoor, zeer strategisch en het is dan ook begrijpelijk, dat in en rond Leiden veel reizigers gebruik maken van het hoofdspoor. Het gebruik van het hoofdspoor kan nog meer gestimuleerd worden indien Leiden zich meer zou inspannen om de thans nog enkelsporige delen van de lijn Leiden/Utrecht geheel te laten verdubbelen en tevens alle huidige spoorwegovergangen laat verdwijnen door aanleg van hoog spoor in de stad. De ROVH mist deze wat meer nadrukkelijke intentie in dit concept.

Leiden, 20 februari 2009

René Formenoij

Secretaris

 



 

 

Download deze brief als PDF