Actueel > Voorlopig advies programma van eisen RijnGouwelijn

 

 
             
 

Actueel

 

Voorlopig advies programma van eisen RijnGouwelijn

Geacht College,

Bijgaand ontvangt u ons voorlopig advies inzake uw adviesaanvrage Program van Eisen concessie RijnGouwelijn.

Het voorlopig advies bestaat uit een aantal opmerkingen inzake de procedure, commentaar op onderdelen van de tekst, een aantal vragen en een aantal concrete adviezen. Wij verzoeken u onze concrete adviezen te verwerken in de nota van Inlichtingen.

Opmerkingen inzake de procedure

Op 16 juli 2010 ontvingen wij de adviesaanvraag en digitaal een deel van het PVE van de RGL. De ons toegezegde cd-rom ontbrak echter nog bij deze zending.
Op maandag 26 Juli 2010 hebben wij per mail slechts een deel van de bijlagen, onderdeel vormende van het PVE, mogen ontvangen via Bureau van Doorne.
Op 2 augustus 2010 ontving één van de Bestuursleden van ROVH een mailbericht van wederom Bureau van Doorne met een korte uitleg over de op 26 juli verzonden bijlagen.
Met deze uitleg van Bureau van Doorne, namens de Provincie Zuid Holland, hebben wij geen genoegen genomen. Zie daaromtrent onze brief van 5 augustus 2010.
Op 17 augustus 2010 is alsnog de toegezegde cd-rom toegezonden naar leden ROM/ROVH. In de begeleidende brief van de Provincie heeft de Provincie ROM/ROVH correct de wettelijke adviestermijn van 6 weken toegezegd, te rekenen vanaf de dagtekening van bedoelde begeleidende brief. (13 augustus).
In deze CD-ROM ontbreekt nog de bijlage met financiële bepalingen. Uit het aan Provinciale Staten gestuurde voorstel inzake het Programma van Eisen blijkt dat onderdeel van dit Programma van Eisen is de bepalingen over meer- en minderwerk in verband met mogelijk gefaseerde aanleg van het gedeelte Katwijk-Noordwijk. Dat ontbreekt in de aan ons voorgelegde versie, maar is waarschijnlijk onderdeel van de Financiële bepalingen. Om tot een goed oordeel te komen is voor ons de inhoud van deze bepalingen van groot belang, zeker in relatie met de binnenkort te bespreken nieuwe concessie voor het busvervoer. Wij ontvangen de betreffende bepalingen dan ook gaarne spoedig, om deze nog bij het definitieve advies te kunnen betrekken. Desondanks brengen wij alvast advies uit over de ons bekende stukken.
Op 15 september hebben wij een gesprek gehad met uw projectverantwoordelijke, dhr Rooijmans. Dit heeft geleid tot een aantal wijzigingen in ons concept-advies. Daarnaast is toegezegd een aantal van de opmerkingen te verwerken in het Program van Eisen. Deze komen dan ook in dit advies niet terug. Dit geldt met name voor de gedetailleerde opmerkingen over het Program van Eisen Materieel. Wij ontvangen gaarne een bijgestelde versie van het programma van Eisen om te zien hoe deze opmerkingen zijn verwerkt.

U geeft aan dat u uw standpunt over onze adviezen op uiterlijk 15 oktober zal bepalen, en deze zal verwerken in de nota van Inlichtingen aan de potentiële vervoerders. U schrijft aan Provinciale Staten dat de uiterste datum van inzending van de nota van Inlichtingen 15 september is. Dhr. Rooijmans bevestigde dat de juiste datum 15 oktober is.

Commentaar

Hoofdstuk 1, paragraaf 1
De halte Lammenschans is een belangrijk OV-knooppunt. De huidige situering doet daar niet geheel recht aan. Wij overwegen bij de inrichtingsplannen hierop terug te komen.

Hoofdstuk 2, paragraaf 4
Deze paragraaf, evenals die in hoofdstuk 7, is nog niet aangepast aan de gewijzigde situatie dat de provincie (in fase 2) het opbrengstenrisico draagt, en daarmee verantwoordelijk wordt voor veel zaken die bij de ontwikkelfunctie behoren.

Hoofdstuk 3, Exploitatie
De Provincie neemt in fase 2 alle risico's op zich. Indien op een gegeven moment de Exploitatiebijdrage niet uit de beschikbare BDU-middelen kan worden gedekt zal het voorzieningenniveau moeten worden aangepast. Omdat een groot deel van de kosten vastligt (nl de leaseprijs van de voertuigen en het beheer en onderhoud van het regionale spoor) is het variabele deel te schatten op een derde. Indien de BDU de inflatie niet volgt of indien het Rijk erop bezuinigt betekent dat bij een reële daling van 5% het aantal ritten met 8% zal moeten verminderen. Daarnaast is de kans dat de vervoersmaatschappijen de ontwikkeling van het aantal reizigers beter inschatten dan de provincie vrij groot, zodat ook hier grote risico's bestaan. 20% minder reizigers leidt dan tot 30% minder ritten, waardoor het risico bestaat dat dit vervolgens tot minder reizigers zal leiden, etc. en dus tot een neergaande spiraal.

Het ziet er naar uit dat in fase 1 de reizigers op het traject Gouda-Alphen in Alphen moeten overstappen. Vermoedelijk zal de NS in de brede spits stoptreinen inzetten tussen Leiden en Alphen. Het is gewenst dat de overstaptijd in beide richtingen gering is, maar genoeg om de overstap probleemloos te kunnen maken. Hierbij kan gedacht worden aan 4 minuten. Dit kan gehandhaafd blijven indien de RGL overgaat naar fase 2.

Vragen

Hoofdstuk 1: Achtergrond van de aanbesteding

  1. Doelstelling 2 van de nota Operationalisering OV is het verbeteren van de kostendekkingsgraad van het OV: hoe wordt aan deze doelstelling voldaan?

  2. Doelstelling 10 van de nota Operationalisering OV is het optimaliseren van een efficiënte inzet van de Exploitatiebijdrage: wordt aan deze doelstelling voldaan?

  3. Wanneer de branding voor het zuidvleugelnet wordt vastgesteld nadat het materieel geleverd is, is de vervoerder dan verplicht het uiterlijk van de trams/treinen aan te passen? Moet trouwens niet worden aangegeven wanneer de vervoerder uiterlijk te horen krijgt hoe die branding eruit gaat zien?

Hoofdstuk 2: Definitie van de concessie

  1. Wordt er een Concessiefase 3 opgenomen voor het traject ESTEC–Noordwijk?

  2. Hoe verhoudt de ontwikkelfunctie RGL zich tot de ontwikkelfunctie van de busconcessie?

  3. Bij 2.4.1.b is sprake van acties gericht op reizigersgroei. Hierbij kan gedacht worden aan extra ritten op stranddagen (met name zondagen, wanneer de frequentie de helft is van die in de week), vooral omdat dat een belangrijk punt is in de argumentatie voor de aanleg van de RGL. Wie beslist er op welk moment over het inzetten van extra ritten?

  4. De overname van personeel is wettelijk geregeld en voorzien voor fase 1. In fase 2 worden buslijnen gestaakt en de exploitatiebijdrage overgeheveld naar de RGL. Is voorzien in de overname van personeel van de concessiehouder bus?

  5. Heeft de concessiehouder RGL, dan wel de concessieverlener invloed op welke buslijnen worden gestaakt, en hoe wordt dit procedureel geregeld?

Hoofdstuk 3: Exploitatie

  1. Wat is de zin van het (in afwijking van het vorige PvE) in twee tracédelen splitsen van het traject Katwijk Raadhuis – Zoeterwoude Meerburg? Dit onderscheid komt nergens anders in de Concessie terug.

  2. Is aan de eis van minimaal één doorgaande verbinding Gouda-Katwijk voldaan als die éénmaal per dag wordt gereden onder lijnnr. 1, terwijl de rest van de dag onder andere lijnnummers op gedeelten van het tracé wordt gereden? Dat maakt de inzet van meer trams en minder tramtreinen mogelijk.

  3. Is aan de eis van Lid 3.2.3 voldaan als de tram Noordwijk-Zoeterwoude een groot deel van de dag rijdt tussen Estec en Leiden CS ipv het gehele traject?

  4. Indien de RGL 1e fase pas in 2014/2015 daadwerkelijk gaat rijden en stel dat ruim tevoren reeds een substantieel deel van het rijdend materieel is aangeschaft, kunnen wij er dan van uitgaan, dat gerelateerde exploitatie- en of afschrijvingskosten van dit materieel, niet ten koste gaan van de BDU?

  5. Is het mogelijk in fase 1 de bestaande treindienst Leiden-Alphen-Gouda te behouden, en de RGL als aanvullende half-uur dienst in te zetten (waarmee tussen Alphen en Gouda een kwartierdienst ontstaat?

Hoofdstuk 4: Materieel

Volgens de notitie aan Provinciale Staten kunnen de extra exploitatiekosten bij draadloos rijden binnen de BDU worden opgevangen. Dit betekent echter dat er minder geld overblijft voor andere concessies, dan wel bijdragen in infra-structuur. Betreft dat de busconcessie of infra-structuur in Zuid-Holland Noord?

Hoofdstuk 7 Tarieven en Kaartsystemen

Dient dit hoofdstuk niet aparte bepalingen te hebben voor fase1 en voor fase 2?

Concrete adviezen

  1. Het onderbrengen van de ontwikkelfunctie RGL bij de provincie.
    Toelichting: Aangezien de lijnvoering vastligt gaat het bij de ontwikkelfunctie vooral om het aantal ritten en het aantrekken van passagiers. Nu de provincie verantwoordelijk wordt voor opbrengsten dient de ontwikkelfunctie bij de provincie te liggen.
     

  2. Voor de RGL geldt hetzelfde tarief als voor de bus.
    Toelichting: Het HOV-tarief ligt voor een afstand van enkele kilometers al boven het treintarief. Daarnaast voldoet de RGL slechts tussen Katwijk Raadhuis en halte Rijnfront aan de definitie voor HOV: waar er elders een vrije baan is, is of de frequentie eens per kwartier, dan wel de snelheid laag, en waar zonder vrije baan de frequentie hoog is, is de snelheid laag.
     

  3. De overstap in Alphen aan den Rijn van de RGL op de trein richting Leiden en van de trein uit Leiden op de RGL richting Gouda heeft een overstaptijd van 4 minuten. In ieder geval in fase 1.
    Toelichting: De huidige overstaptijd bedraagt 2 minuten. Deze dient zo dicht mogelijk benaderd te worden, maar in de toekomst kan niet op het zelfde perron worden overgestapt. Zie verder bij het onderdeel commentaar.
     

  4. De halte Rijnfront wordt niet aangelegd
    Toelichting: Deze halte ligt op 173 meter van de halte TransferiunA44; dat is veel te dichtbij voor HOV, en de reistijd wordt onnodig verlengd.
     

  5. Bij Lid 7.1 toe te voegen dat reizigers in de voertuigen ook uit een automaat de zg Wegwerpkaartjes kunnen trekken.
     

  6. Paragraaf 7.2 geldt slechts voor de eerste fase. Dit dient aangegeven te worden, alsmede de procedure hoe de concessieverlener met de consumentenorganisaties in overleg treedt over wijziging van de tarieven in de 2e fase.
     

  7. De in 12.1.2 genoemde afwijkingen en het in 12.3 genoemde klanttevredenheidsonderzoek worden besproken met de consumentenorganisaties. Daartoe wordt aan 8.4.3 toegevoegd: de rapportage genoemd in paragraaf 12.1.2 en het klanttevredenheidsonderzoek genoemd in hoofdstuk 12.3.
     

Met vriendelijke groet,


Willemjan van de Wetering, secretaris ROVH en ROM


 

  Download de brief als PDF.